Olieverf 

Olieverf is een verfsoort die veel in de schilderkunst wordt gebruikt. Het is een zeer veelzijdige verfsoort, waarmee zowel dekkend als transparant gewerkt kan worden. De verf kan in dunne gladde lagen worden aangebracht, maar er kunnen ook sterke effecten bereikt worden als de verf met volume wordt aangebracht, zodat de verfstreken zichtbaar blijven. In extreme vorm wordt de impastotechniek gebruikt. Een speciaal gebruik van olieverf is het marmeren.

Olieverf is een mengsel van pigment in de vorm van een zeer fijn poeder en een plantaardige olie, meestal lijnolie. Lijnolie wordt gewonnen door het uitpersen van lijnzaad, de zaden van vlas. De vlasplant wordt ook gebruikt in de schilderkunst voor het linnen van het schildersdoek.

Olie

Naast de genoemde lijnolie wordt ook wel papaverolie, maïsolie, saffloerolie, zonnebloemolie of walnootolie gebruikt. Lijnolie krijgt bij het drogen een enigszins gele kleur. Voor wit of andere heel lichte kleuren zijn daarom andere oliesoorten, die minder vergelen bij het drogen, beter geschikt. Overigens vergeelt een schilderij in het licht minder dan in het donker, en kan een vergeeld schilderij door het in het daglicht te hangen langzamerhand weer de oorspronkelijke kleur verkrijgen. Het voordeel van lijnolie blijft echter dat het opgedroogd zeer sterk is (zie ook linoleum).

Mengen

Om de gewenste kleur te verkrijgen, zal een schilder diverse kleuren uit de tubes met elkaar mengen. Traditioneel gebeurt dit op een palet, een dunne houten plank met een ovale of rechthoekige vorm en een gat erin voor de duim. Voor het mengen zal de schilder zijn kwast gebruiken, of een paletmes.

Verdunnen

Pigment met olie vormen samen een dikke pasta, die tegenwoordig in tubes wordt geleverd in allerlei kleuren. Voor gebruik is deze pasta meestal te dik en zal de schilder de verf verdunnen met terpentijn of lijnolie. Terpentijn is een uit naaldbomen gewonnen dunne harsessence, niet te verwarren met de uit aardolie gewonnen terpentine, die alleen als schoonmaakmiddel voor de kwasten gebruikt moet worden. Als de verf met terpentijn wordt verdund, wordt de verf mager. Hoe meer verdund, des te magerder wordt de verf. Als de verf met lijnolie wordt verdund, of zelfs met de ingedikte vorm daarvan, standolie, wordt de verf vet. Bij het schilderen is het van belang de onderste lagen van het schilderij mager te schilderen, en de lagen daarop steeds iets vetter te maken, bijvoorbeeld door minder met terpentijn te verdunnen, of door een beetje lijnolie toe te voegen. Dit wordt aangeduid met de term van mager tot vet. Worden er magere verflagen over een vettere ondergrond aangebracht dan zal de verf op termijn (denk daarbij aan meerdere jaren) ongetwijfeld gaan barsten, of zelfs langzaam van het schilderij afvloeien, waardoor het schilderij ontoonbaar wordt.

Afhankelijk van het gewenste effect zal de schilder de verf meer of minder verdunnen. Bijvoorbeeld bij de impastotechniek wordt de verf helemaal niet verdund. Maar om een vloeiende, dunne lijn te trekken, is verdunnen noodzakelijk. Ook voor de traditionele glaceertechniek wordt de verf verdund.

Naast de hier genoemde verdunningsmiddelen zijn er vele andere schildersmedia in de handel verkrijgbaar, sommige met een siccatief om de droogtijd te bekorten.

Inschieten

Inschieten is het verschijnsel dat een laag verf erg droog wordt, en daardoor zijn glans verliest. Het wordt veroorzaakt doordat de olie uit de laag trekt in een onderliggende, magerder, verflaag. Het kan ook worden veroorzaakt door een absorberende ondergrond. Op zich is het inschieten niet ernstig, het kan opgelost worden door een dunne laag olie over de ingeschoten verf aan te brengen. Het teveel aan olie dient echter te worden weggewreven.

Transparantie

Sommige olieverfpigmenten zijn transparant, andere zijn volledig dekkend of semi-transparant. Zelfs in de kleur wit bestaat een transparante versie (zinkwit) en een volledig dekkende versie (titaanwit). De mate van transparantie is meestal aangegeven op de tube.

Kleurechtheid

De kleurechtheid van een pigment is vanzelfsprekend van belang. Sommige kleuren zijn echter alleen verkrijgbaar in een minder kleurechte versie. Bij de betere verfsoorten is de kleurvastheid aangegeven op de tube. De lichtechtheid wordt echter verbeterd doordat de olieverffilm het pigment beschermt tegen de afbrekende werking van het ultraviolette licht. Olieverfschilderijen verkleuren daardoor aanzienlijk langzamer dan aquarellen, gouaches of pastels.

Giftigheid

Sommige verfsoorten zijn giftig, bijvoorbeeld de verfkleuren gebaseerd op cadmium of andere zware metalen (loodwit bijvoorbeeld). De verkoop van loodwit in tubes is al verboden binnen het gebied van de Europese Unie. Vaak zijn deze metaalkleuren echter zeer fraai, hoewel er synthetische benaderingen van beschikbaar zijn. Het is in elk geval beter om intensief contact met de huid van deze verftypes te vermijden, en de verf direct met warm water en zeep te verwijderen. Ook het, zeer veel gevaarlijker, inademen van terpentijn en terpentine zou vermeden moeten worden, maar dit is vrijwel onvermijdelijk. Het is verstandig het atelier goed te ventileren bij gebruik van deze oplosmiddelen.

Droogtijd

Ongeveer twaalf uur nadat de olieverf op de drager is aangebracht, begint het droogproces. Het bindmiddel wordt eerst verdikt door verdamping van het oplosmiddel. Het echte drogingsproces is echter een gevolg van de oxidatie van het bindmiddel.

Olieverf heeft een lange droogtijd, die bij zeer dik opgebrachte verf wel een paar maanden kan bedragen. Dun opgebrachte verf is in een week wel droog. Olieverf krijgt na het drogen een stevige, leerachtige laag. De droogtijd hangt af van de mate van verdunning, het type olie, de dikte van de laag, de temperatuur, maar ook van de kleur. In sommige kleuren olieverf zit relatief veel pigmentpoeder en weinig olie, bijvoorbeeld omdat het pigment niet zo'n sterk kleureffect geeft. Deze kleuren, meestal zijn dit de aardkleuren zoals oker, sienna en omber, drogen hierdoor snel - met uitzondering van gebrande omber dat een notoir lange droogtijd heeft. Omdat verf met deze pigmenten ook relatief goedkoop is, wordt deze veel voor de onderschildering gebruikt. Kleuren als kraplak of alizarinerood en karmijn drogen zeer langzaam. Sommige pigmenten, zoals kobaltblauw, versnellen het drogingsproces doordat ze als katalysator werken.

Veel schilders met olieverf vinden de lange droogtijd prettig, want dit maakt het mogelijk om lang in het schilderij door te werken, en ook om vergissingen uit te wissen met terpentine. Andere schilders hebben behoefte aan een korte droogtijd, en mengen daartoe een droogmiddel, een zogenaamd siccatief, door de verf. Soms heeft dit catastrofale gevolgen. Mondriaan gebruikte bijvoorbeeld petroleum als snel drogend oplosmiddel, waardoor zijn schilderijen veel barsten zijn gaan vertonen. Tegenwoordig gaan schilders die de lange droogtijd niet prettig vinden vaak over op het gebruik van acrylverf of alkydverf. Het is echter niet bekend of deze verfsoorten de eeuwen kunnen doorstaan, zoals wel het geval is met olieverf. Toch is ook olieverf verre van eeuwig: het oxidatieproces stopt nooit en de verflaag blijft voortdurend verder uitharden. Als de schilder magere lagen over vette aangebracht heeft, zal dat al vaak na enige maanden leiden tot barsten. Maar ook als de afbeelding schildertechnisch perfect op het doek gezet werd, is de uiteindelijke zelfvernietiging van het schilderij zover wij weten onafwendbaar. Craquelé zal ontstaan: de verf gaat opstaan, werkt zich los van de ondergrond en vergruist op den duur volledig. Een vernislaag vertraagt dit proces enigszins; het gebruik van loodwit leidt tot minder barsten, maar maakt ook de verffilm brosser.

Vernis

Een olieverfschilderij wordt vaak beschermd door een laag vernis. Met een glanzende vernis komen de diepe kleuren van olieverf volledig tot hun recht. De hoge glans wordt echter niet door iedereen gewaardeerd en er bestaan dan ook matte of halfglanzende soorten vernis. Vóór het aanbrengen van de vernis moet het oppervlak van het schilderij echter volledig droog zijn. Meestal laat men een olieverfschilderij daarvoor een half jaar goed drogen. Wordt het schilderij eerder verkocht, dan zou de eigenaar het terug moeten brengen naar de kunstenaar om het te laten vernissen.

Met retoucheervernis kan een schilderij kortdurend worden beschermd. Door deze dunne vernis kan de verf daaronder verder drogen.

 

 

 
< Vorige   Volgende >

Kunst Verhuurplan

Kunst verhuur

Vrijgezellenfeest?

vrijgezellen